Zorgaanbieder
Voorkom onnodig leed door medicatiefouten. Ga nu aan de slag met het nieuwe medicatieproces.

Zorgaanbieder

Wat kun je nu al doen om je voor te bereiden?

Alle zorgorganisaties die met medicatie werken, krijgen te maken met het nieuwe medicatieproces. Dit betekent een aanpassing van de software en van de werkprocessen in de keten. Een goede voorbereiding helpt om de overgang soepel te laten verlopen. Hiernaast lees je welke stappen je nu al kunt zetten.

 

Zorgverlener met witte jas en stethoscoop
1

Zet het op de agenda

Zet het nieuwe medicatieproces op de interne agenda in je eigen zorgorganisatie. Bepaal de samenhang en prioritering met andere (grote) projecten voor de komende jaren.

Bespreek wat de vervolgstappen zijn en maak (voor de korte termijn) in elk geval één persoon verantwoordelijk voor het volgen van alle ontwikkelingen namens jullie organisatie.

Maak een impactanalyse en een riscio-inschatting.
3

Bespreek het met je ketenpartners

Zet medicatieoverdracht ook op de agenda bij je regionale samenwerking of met je overleg met de ketenpartners van jullie zorgorganisatie. Gegevensuitwisseling doe je immers – per definitie – samen.
4

Betrek je sectorteam

Elke zorgsector heeft een eigen sectorteam dat de sector voorbereidt op het nieuwe medicatieproces. Deze teams kennen de specifieke aandachtspunten voor jouw zorgorganisatie, zoals de gevolgen voor werkprocessen en ketenafspraken. Ook werken zij aan de voorbereiding van opleidingen voor hun achterban. Via de link hieronder vind je het sectorteam dat bij jouw organisatie past.
6

Regel de randvoorwaarden

Ga samen met je softwareleverancier alvast aan de slag met het invullen van de randvoorwaarden voor digitale gegevensuitwisseling. Denk hierbij aan aansluiting op landelijke uitwisselingsinfrastructuren, het gebruik van (toekomstige) identificatiemiddelen en het vastleggen van toestemmingen van patiënten en cliënten.

Neem contact op met je sectorteam

Jouw sectorteam helpt je op weg bij de implementatie van het nieuwe medicatieproces. Het sectorteam geeft informatie over implementatie, financiering en scholing specifiek voor jouw sector. Op de sectorpagina’s vind je de contactgegevens die je nodig hebt.

1.200
Wekelijks worden in Nederland meer dan 1.200 mensen in het ziekenhuis opgenomen door medicatie-incidenten.
50%
Bijna de helft van ziekenhuisopnames door 
medicatie-incidenten is vermijdbaar.
16.000
Zorgorganisaties wisselen medicatiegegevens uit met andere zorgorganisaties.

Gerelateerd nieuws

Evenementen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws (6 keer per jaar).

Aanmelden voor de nieuwsbrief

SUPPORT

Contact


Het programmabureau is bereikbaar op werkdagen van 
8.30 – 17.00 uur via 
070 – 317 34 92 of e-mail.

Adres
Oude Middenweg 55
2491 AC Den Haag

Postbus 19121
2500 CC Den Haag

Wil je meer weten?

Veelgestelde vragen

Wat verandert er voor mij als zorgaanbieder?

Zorgverleners kunnen blijven werken met de bestaande registratiesystemen (bijvoorbeeld elektronisch patiëntendossier (EPD), elektronisch cliëntendossier (ECD), elektronische toedienregistratie (eTDR), elektronisch voorschrijfsysteem EVS). Softwareleveranciers bouwen aan de ‘achterkant’ de informatiestandaard in zodat gegevens uitwisselbaar worden tussen alle systemen. Door de gegevens eenduidig vast te leggen en uitwisselbaar te maken, is snel een compleet en actueel medicatieoverzicht digitaal op te vragen. Gegevens die nu vaak in vrije tekst worden geregistreerd, worden met de informatiestandaard eenduidig, door iedereen op dezelfde manier, vastgelegd. Het kan dus zijn dat je als zorgverlener de medicatiegegevens straks op een andere manier moet registeren in je informatiesysteem. Voor een goed resultaat is het heel belangrijk dat de zorgverleners medicatiegegevens op de afgesproken manier vastleggen in het informatiesysteem zodat ze uitwisselbaar worden.

Een deel van de afspraken die de sectoren hebben gemaakt over het uitwisselen van medicatiegegevens in de keten wordt gerealiseerd door de softwareaanpassing. Daarnaast zijn er afspraken die je als zorgverlener zelf in praktijk brengt.

Mag ik als zorgverlener medicatiegegevens beschikbaar stellen en sturen zonder toestemming van de patiënt/cliënt?

Beschikbaar stellen
Je mag geen medicatiegegevens beschikbaar stellen aan andere zorgverleners zonder de toestemming van de patiënt/cliënt. Bij zorginformatiesystemen waarbij medicatiegegevens beschikbaar worden gesteld is er altijd uitdrukkelijke toestemming van de patiënt/cliënt nodig.

Sturen
Als een zorgverlener, in het kader van goede zorg, denkt dat het nodig is om gegevens te delen met een andere zorgverlener(s), dan kan deze zorgverlener de gegevens betreffende de behandeling alleen sturen naar één of meer specifieke andere zorgverlener(s), als dat de patiënt duidelijk en expliciet heeft aangegeven dat deze met deze andere zorgverlener(s) een (beoogde) behandelrelatie heeft. Toestemming van de patiënt mag in dat geval worden verondersteld en de gegevens mogen zonder expliciete toestemming van de patiënt worden verstuurd naar deze zorgverlener(s). Als een patiënt nadrukkelijk heeft aangegeven géén toestemming te geven voor het delen van medicatiegegevens met andere zorgverleners in de keten mag een zorgverlener géén medicatiegegevens sturen. De zorgverlener is op dat moment verplicht om de patiënt/cliënt te wijzen op eventuele gevolgen. In dat geval is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van de volgende zorgverlener(s). Als er relevante wijzigingen in de medicatiegegevens zijn, wordt het medicatieoverzicht meegegeven aan de patiënt/cliënt na het bezoek/consult.

Bij het versturen van gegevens naar zorgverleners met wie de patiënt/cliënt geen (beoogde) behandelrelatie heeft is expliciete toestemming vereist.

Wat zijn ketenafspraken en hoe zijn deze tot stand gekomen?

De ketenafspraken slaan de brug tussen de zorginformatiesystemen en de dagelijkse praktijk van de zorgprofessional. Een deel van de ketenafspraken gaat over wat zorgverleners moeten doen om goede medicatieoverdracht in de keten te bereiken. Het zijn afspraken over het werkproces van de zorgverleners. Daarnaast zijn er afspraken over de gebruiksvriendelijkheid van de zorginformatiesystemen.

De ketenafspraken zijn gemaakt in de kernteams. In de kernteams zitten vertegenwoordigers van de negen zorgsectoren die deelnemen aan het programma Medicatieoverdracht. Ook patiënten- en cliëntenorganisaties en de leveranciers van zorginformatiesystemen beslissen mee. Een afvaardiging van leveranciers adviseert of de ketenafspraak impact heeft op de software, zodat het gegarandeerd is dat een afspraak technisch haalbaar is.

Voor meer informatie zie de factsheet.

Hoe kan ik als voorschrijver in het nieuwe medicatieproces mijn verantwoordelijkheid overdragen aan een andere zorgverlener?

Een voorschrijver kan de verantwoordelijkheid van de medicamenteuze behandeling aan een opvolgende zorgverlener overdragen. In dat geval moet voor de opvolgende zorgverlener duidelijk zijn dat deze de verantwoordelijkheid moet overnemen en welke zorg geleverd moet worden, zodat deze kan beoordelen of hij zich bekwaam acht om de zorg en daarmee de verantwoordelijkheid over te nemen.

In dit geval vervalt de verantwoordelijkheid van de oorspronkelijke auteur van de medicatieafspraak, tenzij zich op basis van de medicatieafspraak schade heeft voorgedaan die zich in een later stadium openbaart en is toe te rekenen aan de eventueel gemaakte fouten van de auteur van de medicatieafspraak.

Als een voorschrijver een verstrekkingsverzoek maakt onder de medicatieafspraak van een andere voorschrijver zonder de behandeling over te nemen, dan blijft de verantwoordelijkheid van de oorspronkelijke voorschrijver en auteur van de medicatieafspraak in stand.

Praktijkvoorbeelden

  1. Een huisarts maakt een medicatieafspraak; de huisartsenpost doet een verstrekkingsverzoek. De huisarts blijft verantwoordelijk voor de medicatieafspraak en het behandelbeleid; de huisartsenpost beoordeelt wel de veiligheid van de verstrekking.
  2. Een specialist maakt een medicatieafspraak; een huisarts vult aan zonder de behandeling over te nemen maar beoordeelt wel de veiligheid van de verstrekking. De specialist blijft verantwoordelijk voor de medicatieafspraak.
  3. Binnen dezelfde praktijk doet een collega-huisarts een verstrekkingsverzoek op basis van de medicatieafspraak van de vaste huisarts. De vaste huisarts blijft verantwoordelijk voor de medicatieafspraak maar de collega-huisarts beoordeelt wel de veiligheid van de verstrekking.