Altijd een actueel medicatieoverzicht
Het programma Medicatieoverdracht werkt aan een compleet en actueel medicatieoverzicht voor zorgverleners en voor patiënten en cliënten zelf. Straks heb je als patiënt of cliënt altijd digitaal inzage in je medicatie via je PGO (Persoonlijke Gezondheidsomgeving). Zo weet je welke medicijnen je moet gebruiken, op welke moment en in welke dosis. Op den duur kun je als patiënt of cliënt zelf medicatie aan het overzicht toevoegen, zoals paracetamol of andere medicatie die zonder recept te koop is. Ook kun je op termijn je medicatiegebruik delen, zodat voor je zorgverleners inzichtelijk is wat je daadwerkelijk hebt gebruikt.
Ook je zorgverlener krijgt beter inzicht in jouw medicatiegegevens. Nu weten zorgverleners vaak niet precies welke medicijnen door andere zorgverleners zijn voorgeschreven, gestopt of gewijzigd. Straks kunnen zij digitaal bekijken wat andere zorgverleners hebben geregistreerd over jouw medicatie. Zo kunnen ze jou beter helpen. Maar dat kan alleen als jij als patiënt of cliënt de zorgverlener toestemming geeft om jouw medicatiegegevens met andere zorgverleners te delen.
Wat kun je nu al doen?
Geef zorgverleners toestemming
Verdiep je in PGO's
Download voorlichtingsmaterialen
Ervaringen van patiënten/cliënten en zorgverleners
Blijf op de hoogte
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws (6 keer per jaar).
Contact
Veelgestelde vragen
Wat is de basis van het programma Medicatieoverdracht?
De basis is de kwaliteitsstandaard Overdracht van medicatiegegevens in de keten, in 2020 gepubliceerd door het Zorginstituut Nederland. Deze kwaliteitsstandaard is ondertekend door alle zorgsectoren die met medicatie te maken hebben, patiëntorganisaties en zorgverzekeraars. In de standaard staat beschreven welke medicatiegegevens beschikbaar moeten zijn voor elke zorgverlener die medicatie voorschrijft, ter hand stelt of toedient en dat deze zorgverlener verantwoordelijk is voor verificatie van deze informatie.
In de nieuwe kwaliteitsstandaard zijn de verantwoordelijkheden van voorschrijver, apotheker, toedieners (zoals verpleegkundigen en verzorgenden) en de patiënt aangescherpt en afgestemd op de praktijk. De basisset van medicatiegegevens, die altijd aanwezig dient te zijn op het moment van verlenen van zorg, is vastgesteld. Verificatie van de beschikbare medicatiegegevens in een gesprek met de patiënt blijft essentieel. Nieuw is dat niet altijd medicatieverificatie hoeft plaats te vinden, maar dat dit afhankelijk is van de professionele risico-inschatting van de voorschrijver of apotheker. Naast voorgeschreven en verstrekte medicatie wordt voortaan ook de medicatieafspraak, toedieningsafspraak en het medicatiegebruik geregistreerd en is overdracht van medicatiegegevens naar verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorgorganisaties, trombosediensten en tandartsen ook mogelijk. In de gehele keten dus. Essentieel is de uitwerking van de digitale uitwisseling van de medicatiegegevens tussen alle zorgverleners met toestemming van de patiënt.
Mag ik als zorgverlener medicatiegegevens beschikbaar stellen en sturen zonder toestemming van de patiënt/cliënt?
Beschikbaar stellen
Je mag geen medicatiegegevens beschikbaar stellen aan andere zorgverleners zonder de toestemming van de patiënt/cliënt. Bij zorginformatiesystemen waarbij medicatiegegevens beschikbaar worden gesteld is er altijd uitdrukkelijke toestemming van de patiënt/cliënt nodig.
Sturen
Als een zorgverlener, in het kader van goede zorg, denkt dat het nodig is om gegevens te delen met een andere zorgverlener(s), dan kan deze zorgverlener de gegevens betreffende de behandeling alleen sturen naar één of meer specifieke andere zorgverlener(s), als dat de patiënt duidelijk en expliciet heeft aangegeven dat deze met deze andere zorgverlener(s) een (beoogde) behandelrelatie heeft. Toestemming van de patiënt mag in dat geval worden verondersteld en de gegevens mogen zonder expliciete toestemming van de patiënt worden verstuurd naar deze zorgverlener(s). Als een patiënt nadrukkelijk heeft aangegeven géén toestemming te geven voor het delen van medicatiegegevens met andere zorgverleners in de keten mag een zorgverlener géén medicatiegegevens sturen. De zorgverlener is op dat moment verplicht om de patiënt/cliënt te wijzen op eventuele gevolgen. In dat geval is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van de volgende zorgverlener(s). Als er relevante wijzigingen in de medicatiegegevens zijn, wordt het medicatieoverzicht meegegeven aan de patiënt/cliënt na het bezoek/consult.
Bij het versturen van gegevens naar zorgverleners met wie de patiënt/cliënt geen (beoogde) behandelrelatie heeft is expliciete toestemming vereist.
Wat is afgesproken in het Integraal Zorgakkoord met betrekking tot medicatiegegevens?
Onderstaand wordt per afspraak in het Integraal Zorgakkoord (IZA) besproken wat het raakvlak is met de gegevensuitwisselingen die door het programma Medicatieoverdracht worden geïmplementeerd.
- Eenheid van taal en eenduidige gestandaardiseerde registratie is geborgd binnen de informatiestandaarden van Medicatieproces 9, Lab voor medicatie en CiO.
- Uitwisseling van Zibs via FHIR. Leveranciers betrokken bij het programma zijn geïnformeerd over de gewenste transitie naar FHIR. De overgang wordt gefaciliteerd door de transformatiedienst van VZVZ. Die zorgt voor vertaling tussen CDA en FHIR over en weer. Voor communicatie naar de patiënt wordt conform het MedMij-stelsel gebruik gemaakt van FHIR.
- Burgers beschikken over eigen gegevens via PGO (dat is tevens een verplichting vanuit de Wegiz). De patiënt is integraal onderdeel van Medicatieoverdracht, als sector in het implementatieprogramma en via use cases in de informatiestandaarden. In de Kickstart wordt de use case ‘medicatiegegevens beschikbaar stellen’ getoetst met 3 PGO’s.
- Er wordt bij de ontwikkeling van informatiestandaarden gebruik gemaakt van (open) internationale standaarden, waar mogelijk. Vanuit het programma en de informatiestandaarden wordt deelgenomen aan HL7 Europe en IHE-werkgroepen en worden de EHDS-ontwikkelingen gevolgd. Zie Q&A over de EHDS.
- VWS onderzoekt de verplichting van landelijke infranetwerken en gemeenschappelijke netwerken. Het programma Medicatieoverdracht stelt eisen aan de infrastructuur. Onderdeel daarvan is bijvoorbeeld het gebruikmaken van generieke functies (zie vraag 6). Er is daarnaast goed contact met de programma’s Landelijk Dekkend Netwerk en Landelijk VertrouwensStelsel van VWS. Medicatieoverdracht is als casus ingebracht in die programma’s.
- Zorgaanbieders verbinden zich aan door VWS vastgestelde oplossingen voor de 6 generieke functies: toestemming, identificatie, authenticatie, autorisatie, lokalisering en adressering. Binnen het programma Medicatieoverdracht zijn afspraken gemaakt over de invulling van deze generieke functies, in aansluiting op de resultaten van het programma Generieke Functies. Toekomstbestendig UZI is daar onderdeel van.
- Alle kerngegevens, inclusief medicatie, labuitslagen en contra-indicaties, zijn binnen 24 uur na registratie beschikbaar. Het beschikbaar stellen van medicatiegegevens is het doel van het programma Medicatieoverdracht. Registratie moet (waar mogelijk) realtime plaatsvinden na behandeling of beschikbaar komen.
- Opzet landelijke organisatie onder verantwoordelijkheid van VWS gericht op ondersteuning van zorgaanbieders en leveranciers bij de implementatie van: Landelijke infrastructuur en Eenheid van taal (primair en secundair). Het programma Medicatieoverdracht coördineert en ondersteunt de implementatie door leveranciers en zorgaanbieders in opdracht van VWS. Sectoren, regio’s, VZVZ en Nictiz hebben daarbij allen een rol.
- Meerjarenagenda ICT-portfolio zorg vertaald naar sectorale ontwikkelkalenders/vraagarticulatie. Afspraak is om in andere gegevensuitwisselingen geen eigen medicatie-zibs op te nemen maar te verwijzen naar de interactie van Medicatieproces 9.
- VWS levert een beleidsvisie op t.a.v. gegevensbescherming incl. toestemmingsopties.
Dit is inclusief de opties om toestemming voor delen van medicatiegegevens te vergemakkelijken. Vanuit het programma Medicatieoverdracht wordt gemonitord of en wanneer gebruik gemaakt kan/moet worden van de voorzieningen die ontstaan. Denk aan Toekomstbestendig UZI en Mitz.