De favoriete ketenafspraak van Hannie Straaijer
De ketenafspraken zijn een belangrijk onderdeel van het programma Medicatieoverdracht. In deze serie vertellen zorgprofessionals met welke ketenafspraken zij het meest blij zijn. Hannie’s favoriete ketenafspraak gaat over de 0-dosering in het wisselend doseerschema.
Hannie Straaijer werkt als senior doseeradviseur bij de trombosedienst van het Streekziekenhuis Koningin Beatrix in Winterswijk. Daarnaast is zij sinds 2021 betrokken bij het programma Medicatieoverdracht, in de rol van adviseur binnen de projectgroep Medicatie Overdracht van de Federatie van Nederlandse Trombosediensten (FNT). Zij ondersteunt ASolutions Healthcare, softwareleverancier voor trombosediensten, bij de Kickstart. “Mijn rol is onder meer om te kijken of de ‘bouwstenen’ die ASolutions in het informatiesysteem heeft ingebouwd, werken zoals bedoeld”, zegt zij.
Wisselend doseerschema
Hannie’s favoriete ketenafspraak heeft te maken met het wisselend doseerschema. Ze legt uit hoe dit zit. Patiënten die bepaalde antistollingsmiddelen (vitamine K-antagonisten gebruiken, laten hun INR-waarde regelmatig controleren door de trombosedienst. “Op basis van de INR-waarde, die aangeeft hoe snel het bloed stolt, stelt een doseeradviseur/doseerarts een wisselend doseerschema (WDS) op. Dat schema maakt duidelijk hoeveel tabletten de patiënt per dag moet innemen. De hoeveelheid verschilt per patiënt, en is afhankelijk van veel factoren. De INR kan schommelen, bijvoorbeeld door interacterende medicatie, waardoor het schema op of na de prikdag aangepast moet worden.”
Digitaal inzien
Sommige trombosediensten versturen het WDS nu al digitaal naar de patiënt of de zorgorganisatie die de antistollingstabletten toedient. Andere versturen het nieuwe doseerschema per post. Dat kan soms enkele dagen duren. Daarom neemt de trombosedienst telefonisch contact op om het aantal tabletten per dag door te geven, met name als de aanpassing op korte termijn moet ingaan. “Toch blijft het onzeker of de patiënt deze informatie correct noteert. En of de informatie ook direct terechtkomt bij andere zorgverleners in de keten die het moeten weten”, aldus Hannie.
Ze vervolgt: “Patiënten zijn er zelf verantwoordelijk voor dat ze medebehandelaars informeren. Met toestemming kan de trombosedienst dit doen. Maar bij bijvoorbeeld een onverwachte ziekenhuisopname moet de patiënt toch zelf het doseerschema doorgeven.
Maar in de toekomst, met informatiestandaard Medicatieproces 9, kunnen alle zorgverleners (die daarvoor van de patiënt toestemming hebben) digitaal een actueel wisselend doseerschema inzien. “Dus bijvoorbeeld niet alleen thuiszorgorganisaties, verpleeghuizen en ggz, maar ook een academisch ziekenhuis als een patiënt daar wordt opgenomen”, zegt Hannie. “Ook patiënten zelf, plus hun mantelzorgers, kunnen het WDS voor de aankomende dagen dan digitaal inzien.”
‘Nul’ betekent niet dat medicatie stopt
Regelmatig komt het voor dat in het doseerschema de waarde ‘nul’ staat. “0-dosering betekent dat de patiënt een dag geen tabletten hoeft te nemen. Deze informatie uit het WDS moet voor de toediener ‘vertaald’ worden naar een item in een toedienlijst voor een bepaalde dag. “Het is nu echter niet mogelijk om die 0-dosering bij alle zorgverleners te laten doorkomen”, zegt Hannie. “De 0-dosering wordt als géén dosering meegezonden op de toedienlijst. Dit wordt door andere zorgverleners – denk bijvoorbeeld aan verzorgenden die medicatie geven – weleens verkeerd geïnterpreteerd. Zij denken dan dat de medicatie stopt. Maar dat klopt niet, want de medicatieafspraak loopt gewoon door.”
Mijn favoriete ketenafspraak zorgt ervoor dat de 0-dosering straks zichtbaar is op álle weergaven van de toedienlijst. De 0-dosering kan namelijk onderdeel zijn van het ‘gewone’ schema of het schema kan tijdelijk aangepast zijn naar 0, vanwege bijvoorbeeld een geplande ingreep. In beide gevallen is de patiënt niet definitief met het medicijn gestopt. “Dan is dus duidelijk dat de medicatieafspraak wel doorloopt”.
Minder fouten, meer tijd
De ketenafspraak over de 0-dosering en de elektronische uitwisseling van het WDS gaan trombosediensten tijd schelen. “Ze hoeven immers minder te bellen om wijzigingen in het doseerschema door te geven”, zegt Hannie.
Het tweede voordeel is een afname van medicatiefouten, misschien zelfs ziekenhuisopnames, van mensen die een verkeerde dosering antistollingsmiddelen hebben ingenomen, verwacht Hannie. “De ketenafspraak geeft zorgverleners, patiënten en mantelzorgers immers toegang tot dezelfde, actuele informatie. Dit verkleint het risico op medicatiefouten met antistollingsmiddelen.”
Werk-in-uitvoering
Overigens staan de ketenafspraak en de elektronische uitwisseling van het WDS nog in de steigers. “Niet alle trombosediensten zijn al aangesloten op het Landelijk Schakelpunt (LSP). Dat is wel nodig om medische gegevens met andere zorgverleners te kunnen delen, uiteraard na toestemming van de patiënt”, aldus Hannie.
Ze gaat verder: “Daarnaast wordt later in de Kickstart nog getest of informatiesystemen van verschillende softwareleveranciers het WDS, waar de 0-dosering onderdeel van kan zijn, correct weergeven voor hun gebruikers.” Hannie besluit: “We zijn er dus nog niet, maar we zetten duidelijke stappen vooruit.”
Wat zijn ketenafspraken?
In de kernteams maken zorgverleners van de negen zorgsectoren die zijn aangesloten bij het programma en vertegenwoordigers van patiënten- en cliëntenorganisaties samen afspraken over de overdracht van medicatiegegevens in de keten. Deze ketenafspraken sluiten aan bij de kwaliteitsstandaard Overdracht van medicatiegegevens in de keten en de informatiestandaarden die het programma Medicatieoverdracht implementeert: Medicatieproces 9, Labwaarden ten behoeve van medicatieveiligheid en Contra-indicaties en overgevoeligheden. De standaarden bepalen welke gegevens uitgewisseld worden, de ketenafspraken gaan over hoe zorgverleners in de keten samenwerken om de gegevensuitwisseling succesvol te laten plaatsvinden.
Softwareleveranciers verwerken de informatiestandaarden in de zorginformatiesystemen die zorgverleners gebruiken. Sommige ketenafspraken vragen ook om een aanpassing van de software, andere gaan over het werkproces en moeten zorgverleners zelf in de praktijk brengen.
Bekijk hier de factsheet Ketenafspraken voor meer informatie. Op deze wiki-pagina staan alle ketenafspraken. De afspraak die Hannie noemt is TO25.
Actueel
-

De favoriete ketenafspraak van Hannie Straaijer
De ketenafspraken zijn een belangrijk onderdeel van het programma Medicatieoverdracht. Hannie Straaijer vertelt over haar favoriete ketenafspraak. -

HealthConnected en Chipsoft HIS beginnen met inbouw van Medicatieproces 9
HealthConnected en Chipsoft HIS zijn gestart met het inbouwen van de informatiestandaard Medicatieproces 9 in hun huisartseninformatiesysteem (HIS).